@ mail-webmaster @

 

GAMW - muziek

 

Theoretische cursussen

A.M.V. (Algemene Muzikale Vorming)

Het vak A.M.V. legt een algemene basis en is daardoor uiteraard onmisbaar voor een gedegen muzikale opleiding. Hoofddoelstelling is het aanleren van de muzikale taal en het bevorderen van de musiceervreugde. Enkele leerinhouden die hierbij aan bod komen zijn ondermeer: noten vlot kunnen lezen, ontwikkeling van het gehoor en het ritmisch gevoel, verwerven van theoretische begrippen zoals toonafstanden, maatsoorten en andere partituuraanduidingen.

Samenzang

Het vak samenzang heeft op zijn beurt een dubbele betekenis: enerzijds als steunvak voor de A.M.V. en anderzijds als muzikale praktijk ter ontwikkeling van het zingend musiceren.

A.M.T. (Algemene Muziektheorie) en M.T. (Muziektheorie)

Hier is de eerste doelstelling de kennismaking met de wereld van de meerstemmige muziek door enerzijds waarneming en analyse van muzikale structuren, en anderzijds door het in praktijk brengen van een theoretische kennis bij het ontwikkelen van een eigen schrijftechniek. Tevens wordt ook het meerstemmig 'horen' en het harmonische voorstellingsvermogen ontwikkeld.

Dit moet dan uiteindelijk de leerling toegang verschaffen tot het proces van muzikale creatie en leiden tot het kunnen realiseren van bv. begeleidingen van (volks-) liederen of het maken van eenvoudige composities.

A.M.C. (Algemene Muziekcultuur)

A.M.C. heeft als doel het luistervermogen te ontwikkelen en de waarneming aan te scherpen. De aangebrachte leerstof heeft de bedoeling een ruimere en intensievere omgang met muziek, over de grenzen van het eigen specialisme heen, mogelijk te maken. Aanvankelijk wordt de luistervaardigheid ontwikkeld door het herkennen en benoemen van muzikale parameters zoals melodie, harmonie, ritme enz...

Later volgt dan de kennismaking met muzikale genres en vormen waarbij ook hier aandacht gaat naar de verschillende aspecten van zowel instrumentale als vocale muziek. Aan de hand van partituren en luistervoorbeelden worden begrippen als symfonie, opera, dansmuziek, volksmuziek, musical, programmamuziek, jazz, filmmuziek enz. nader belicht en in een algemeen historisch kader geplaatst. In de mate van het mogelijke wordt de leerstof aan de realiteit getoetst door bv. het bijwonen en in klasverband bespreken van al dan niet gemeenschappelijke ervaringen met concerten en optredens van diverse aard.

Muziekgeschiedenis

Muziekgeschiedenis heeft als voornaamste doel historisch inzicht te verschaffen in de muziek als cultuurfenomeen. Als dusdanig moet zij worden beschouwd als een bekroning van de A.M.V (basisvorming) en de A.M.C. (ontwikkeling van het luistervermogen). De chronologie als onvermijdelijke lijn van de geschiedenis vormt dan ook de basis van deze cursus. Evolutie van stijlen, genres en vormen en bespreking van individuele componisten doorheen de hele muziekgeschiedenis staan hierbij centraal. Dit alles wordt ook voortdurend in verband gebracht met de andere kunstrichtingen en strekkingen met aandacht voor het betreffende tijdskader. Ook hier is de praktijkervaring een wezenlijk onderdeel van de cursus. Tevens bestaat de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen specifieke interessegebieden uit te diepen.

Praktijkcursussen

individuele cursussen

De individuele cursussen omvatten de instrumentlessen en de zanglessen. De instrumenten die aangeleerd kunnen worden zijn onderverdeeld in verschillende groepen.

  • toetsinstrumenten: piano, orgel, accordeon
  • strijkinstrumenten: viool, altviool, cello, contrabas
  • tokkelinstrumenten: gitaar
  • houtblaasinstrumenten: blokfluit, dwarsfluit, hobo, klarinet, saxofoon
  • koperblaasinstrumenten: trompet, hoorn, trombone, bugel, tuba
  • slagwerk
  • zang

Individueel dient men als volgt te verstaan

De leerlingen worden ingedeeld in groepjes van maximaal vier leerlingen. Gedurende een uur krijgen ze individueel instrumentonderricht, maar worden indien de leerkracht dit wenselijk acht ook betrokken bij de les van de andere leerlingen van die groep. De indeling van de groepen gebeurt uitsluitend door de betrokken leerkracht die er in eerste instantie naar streeft om leerlingen van hetzelfde niveau bij elkaar te plaatsen. Hierbij wordt in de mate van het mogelijke rekening gehouden met praktische zaken als aansluiting op de klassikale vakken en transportmogelijkheden. Om het samenstellen van de groepen zo vlot mogelijk te laten wordt dan ook gevraagd om bij het begin van het nieuwe schooljaar zo vlug mogelijk contact op te nemen met de leerkracht.

Collectieve cursussen

Deze cursussen omvatten de lessen samenspel, instrumentaal ensemble, koor, vocaal ensemble en lyrische kunst. Naast het in contact komen met andere soorten instrumenten of stemsoorten worden hier de basistechnieken en sociale vaardigheden van het in groep spelen of zingen aangeleerd. Dit is zonder meer een belangrijke verruiming van de muzikale belevingswereld. Typerend voor de vakken samenspel en koor is dat in de regel meerdere muzikanten dezelfde partij spelen of zingen. In de hogere graad worden kleine ensembles gevormd waarin elke partij door slechts een muzikant gespeeld of gezongen wordt. Hierbij is ook geen dirigent meer in het spel. Hier leert men musiceren in 'kamermuziekverband' (duet, trio, kwartet enz.) De musici moeten hun individuele kwaliteiten op elkaar afstemmen om zo tot een homogeen resultaat te komen.

De doelstellingen van de cursus lyrische kunst kunnen we als volgt omschrijven: het zingend en acterend uitbeelden van personen en karakters in dramatische situaties en ontwikkelingen; de co÷rdinatie van vocale expressie met beweging en mimiek staat daarbij ten dienste van de muziekdramatische vormgeving. Het gaat hier m.a.w. om een initiatie in het brengen van muziektheater in verschillende genres en stijlen zoals opera, operette en musical.